
|
|
Uit persbericht (mei 2009):
Frans
Bastiaens werd geboren in
Maastricht (1927) maar woonde sinds
1953 in Stein. Hij werkte bij
de Staatsmijnen / DSM in
diverse functies, en was ook
maatschappelijk actief in zijn
wijk Kerensheide, de gemeente
en de provincie. Op zijn
vijftigste stopte hij met deze
activiteiten, want hij wilde
zich toeleggen op tekenen en
schilderen. Hij werd lid van
Expressiegroep De Ruif, een
prima omgeving om zich als
kunstenaar te ontwikkelen. Hij
volgde er cursussen, maar werd
ook geinspireerd en
gestimuleerd door de groep en
de vele aktiviteiten.
Als
kunstenaar was Frans Bastiaens bevlogen, veelzijdig en
productief; zijn werk was in
kleine kring bekend én
gewaardeerd.
Na
zijn overlijden is een
omvangrijk oeuvre
aangetroffen, waar zelfs zijn
omgeving maar deels van op de
hoogte was. In zijn atelier
heeft hij in en voor zich zelf
zijn gedachtes en creatieve
uitingen vorm gegeven. Het
grote publiek heeft hij
daarbij niet opgezocht.
De
eerste jaren maakte hij vooral
schilderijen en tekeningen.
Zijn schilderijen kenmerken
zich door een hoge graad van
perfectionisme en verfijning.
Ook maakte hij in zijn werk
veelvuldig gebruik van
applicaties, zoals stof,
krantenknipsels, tijdschrift-
en krantenfoto’s. Ook zijn
eigen werk werd hiervoor
gebruikt. Vervolgens
ging hij zich meer en meer
toeleggen op het maken van
objecten, zowel in het platte
vlak als ruimtelijke objecten.
Zijn werken kwamen niet
impulsief tot stand. Pas na
lang nadenken en vele
voorstudies kwam een kunstwerk
tot stand. Hij maakte hierbij
gebruik van diverse technieken
en materialen.
In
zijn werk is zijn fascinatie
voor rechte lijnen, vormen en
vlakken terug te vinden.
Voortdurend had hij daar in
zijn dagelijks leven aandacht
voor: in de manier waarop hij
zijn huis graag ingericht zag,
in zijn geliefde tuin, maar
ook in het schaduwspel van
stoelen en tafels. Dit heeft
hij vertaald in zijn objecten.
“Contouren” en “Constructie” is
een term, die veelvuldig in de titels van zijn
werk is terug te vinden. Maar
ook in zijn aquarellen past
hij dit principe toe:
landschappen werden
teruggebracht naar lijnen en
vlakken. Zelfs in zijn
portrettekeningen bracht hij
rechte lijnen aan. Kenmerkend
voor zijn werk is het heldere
kleurgebruik.
Zijn
onderwerpen vond hij in de
natuur en de wisseling van
seizoenen. Ook de
tegenstellingen tussen natuur
en cultuur, vrijheid en
inperking, natuur en
structuur, ordening en chaos
waren bron van inspiratie.
Daarnaast komen existentiële
thema’s zoals leven en dood,
maar ook “het opgesloten
zijn”, confrontatie en
eenzaamheid veelvuldig voor in
zijn werk
Kenmerkend
voor zijn werk is dat hij
uitdiept, hij rijgt de werken
in verdieping van aspecten
aaneen in series met
samenhang, waarbij hij volop
experimenteert met
vormen,technieken en
materialen. Er zijn series
waarin hij in een volgend werk
iets toevoegt of weglaat. In andere series
varieert hij met de basisvorm
door deze van grootte of kleur
te veranderen. Aan een serie
kleine werken voegt hij een
groot werk van ander materiaal
toe. Thema’s uit de ene
serie komen weer terug in een
andere serie. Hierdoor
ontstaat er als vanzelf een
natuurlijk ritme in zijn werk. Zijn
laatste werk is hier
exemplarisch voor. Dit is een
object van ruim 2 meter breed,
dat hij vlak voor zijn dood
voltooide naar voorbeeld van
een serie genaamd
“Kontrasten” uit 1995. Hierbij heeft hij de
basisvorm 10 keer uitvergroot.
Tijdens
zijn laatste dagen in het
ziekenhuis was hij zijn
volgende kunstwerk al volop
aan het bedenken en uitwerken.
Hij wilde een vervolg maken op
een van zijn meest geliefde
objecten: “De Bewegende
Man”. Helaas is dit er niet
meer van gekomen.
|