Expositie "Overmunthe XIII"

Marie-Jeanne Bouduin, Guido Ancion, Joyce Oyen & Bruno Paul de Roeck

2 - 17 nov 2002

Culturele Werkgroep Stein

home | exposities | concerten | literatuur | jeugdtheater | manifestaties| archief

 

Uit persbericht (oktober 2002):

Vier beeldend kunstenaars laten werken zien. Marie-Jeanne Bouduin (B.) en Guido Ancion tonen schilderijen, Joyce Oyen maakt keramiek en Bruno Paul de Roeck (B.) completeert het geheel met beelden.

Marie-Jeanne Bouduin begon haar kunstenaarschap als schilderes. Haar eerste olieverven waren geinspireerd op de natuur, maar kregen allengs ‘aanvulling’ in de vorm van aanvankelijk geschilderde, en later ook speciaal geprepareerde materialen als stokken, koorden, draadstructuren enz. Vervolgens verdween het felle, harde, egale karakter; het kleurenvlak werd poëtisch-aquarellistisch en tegelijk werd het poëtisch karakter bewust doorbroken door uitvergrote objecten.

Haar werk kreeg nog meer een eigen karakter, naarmate zij meer thuis raakte in de grafische technieken. Zij begon met lijnetsen, en ontwikkelde zich tot een kunstenaar, voor wie de beperktheden van de etsplaat een onweerstaanbare uitdaging voor experimenteren vormen. Haar ambachtelijke kennis stelt haar in staat vorm te geven aan haar artistieke ambities. Wat achteloos en in een creatieve opwelling tot stand lijkt te zijn gekomen, is vaak een gevolg van doordacht raffinement. Een volgende stap was het gebruik van oude etsplaten als drager voor nieuw, uniek, werk. Bovendien leerde zij zelf papier scheppen, waarvoor zij als basismateriaal planten, kruiden en grassen uit eigen tuin gebruikt. Dat papier schept nieuwe mogelijkheden, maar wat blijft zijn de schilderkundige componenten uit de beginjaren.

 

Bruno-Paul De Roeck maakt al 25 jaar beelden in steen, ijzer, brons en ‘weggegooide materialen’. Verstilde, aardse vormen, vanuit een eigen wereld die geestelijk en lijfelijk tegelijk is. Het gaat hem om de eenvoud. Geen technisch ‘geklater en gesnater’, zoals hij zelf zegt. Hij gebruikt daarom steen of ijzer voor zijn mededeling of boodschap, zonder de identiteit van het materiaal geweld aan te doen. Omdat hij vaak kiest voor extra harde of moeilijke stenen, moet hij ook vaak gehoorzamen aan wat de steen wil. En dat vindt hij goed. De steen (of het roestige ijzer) zijn op zichzelf mooi, hij hoeft er zijn stempel niet zo nadrukkelijk op te zetten. Feitelijk zegt hij met zijn beelden hetzelfde als wat hij als schrijver in zijn boeken brengt. Eenvoudige mededelingen over de dingen die zijn en die de essentie van ons bestaan raken.

BrunoPaul de Roeck was gedurende tien jaar verbonden aan het Amsterdamse Beeldhouwercollectief en exposeert regelmatig in binnen- en buitenland.  

Joyce Oyen maakt haar werk voor een belangrijk deel op de pottenbakkersschijf. Vanuit een smalle basis ontstaan de ronde vormen. Daarbij speelt haar gevoel een sturende rol. Zelf zegt zij: “Zoals ik mij voel, zo staan mijn handen, zo ontstaat de vorm.” Die zoektocht naar het esthetische evenwicht, binnen de beperking van de ronde vorm, heeft geleid tot vazen en urnen met een eigen specifiek karakter. Zij zijn soms bedekt met reliëfs in bladgoud en hebben in elk geval een eigen kleurkarakter. Dat loopt van het warme rode, naar het koelere blauw en groen. De vormen zijn vaak krachtig en robuust, maar hebben ook een sfeer van intieme geborgenheid.

Joyce Oyen heeft de pottenbakkersschijf niet altijd nodig. Zij bouwt ook potten gewoon met de hand op en heeft intussen een verbluffende vormvastheid verworven in deze oeroude techniek. Deze handvormen zijn vaak de basis van combinatievormen en vertellen steeds een verhaal: Stilte, Troost, Duisternis. Die combinatievormen maakt Joyce Oyen samen met haar partner Guido Ancion, van wie ook werken op deze tentoonstelling hangen.

Het meest recente werk van Joyce Oyen is geïnspireerd door de keramiek van de Etrusken. Monumentale vazen, opgebouwd uit klei, die doorkneed is met oxydes, waardoor er een afwisselend kleurenpalet op het werk ontstaat.  

Guido Ancion maakt in zijn werk gebruik van diverse technieken. Hij schildert en tekent, maar ook grafiek en mozaïek zijn hem niet vreemd. Recentelijk is hij zich ook gaan bezighouden met ruimtelijk werk, in de samenwerking met zijn partner Joyce Oyen.

De techniek is ondergeschikt aan de inhoud, die Guido Ancion vindt in de mens en zijn drijfveren. Soms worden ze verbeeld in een sociale context, vaker echter vanuit een beschouwende visie. Hij gebruikt het menselijk lichaam als metafoor voor de voortdurende wisselwerking van leven en dood, waarin passie in dubbele zin een rol speelt. Passie als een vorm van lijden, maar zeker ook als een erotische drijfveer. Daarbij belicht hij steeds weer twee kanten, positief en negatief, bovenkant en onderkant.

De samenwerking met Joyce Oyen heeft Guido Ancion laten ontdekken dat het driedimensionale werk hem de mogelijkheid biedt sterker nog dan op doek uiting te geven aan een eigen belevingswereld. De combinatie levert een verrassende spanning op, met behoud van ieders verhaal. De vaste vorm van de een en de expressiviteit van de ander versterken elkaar en vormen samen één beeld, waarbij beider hand herkenbaar blijft.